07-01-13

SPELLETJES

HINKELEN.PNG

HINKELEN

BIKKELS.PNG

PEKKELEN

BUTSEN.PNG

BUTSEN

HAASJE OVER.PNG

HAASJE OVER - OVERKONTE

HOEPELEN.PNG

HOEPELEN

TOUWTJE SPRINGEN.PNG

TOUWTJE SPRINGEN

 

VERSTOPPERTJE.PNG

VERSTOPPERTJE - KATJE DUUK

 

SCHIETLAP.PNG

 

KATAPULT - SCHIETLAP

 

 

Gepost door MICHEL RUSSE in SPELLETJES, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print

24-09-12

SPELLETJES

 

 

 

HAASJE OVER.PNG

HINKELEN.PNG

 

HOEPELEN.PNG

 

TOUWTJE SPRINGEN.PNG

 

VERSTOPPERTJE.PNG

 

SCHIETLAP.PNG

 

 

SPELLETJES

 

Tegenwoordig spelen de kinderen bijna niet meer buiten zoals wij in onze jeugd deden. Nu is alles veranderd wegens het toegenomen verkeer en de komst van allerlei speelgoed die te maken heeft met de computerwereld, nu bestaan er reeds educatieve spelen voor kinderen vanaf drie jaar. Wij kenden dat fenomeen nog niet en veelal werd er gespeeld met zelfgemaakt speelgoed.

 

De meisjes konden “hinkelen” waarvoor ze enkel krijt en een houten blokje nodig hadden. “Touwtjespringen” konden zij ook met een gewoon stuk touw. Ze hadden ook een spel met een “rekker” waarover ze sprongen en dansten. “Zeepbellen blazen” konden ze met zelf gemaakt zeepsop, enkel de “diabolo” en de “jojo” moesten gekocht worden in de speelgoedwinkel. Later kwam ook nog de “scoubidou” uit, dat waren plastieken linten van verschillende kleuren waarmee men allerlei figuren kon vlechten.

 

De jongens konden een “klakkebusse” zelf maken, een soort pomp waarmee men natgemaakte proppen vlas konden wegschieten. Een “schietlap” werd gemaakt van een houten spriet, zorgvuldig uitgekozen uit de takken van een “bollaard”, twee rekkers van een oude binnenband, een “chambraire” en een stukje soepel leder die we haalden bij  Camiel Soenen. We schoten daarmee stenen naar alle voorwerpen die we wilden vernielen. Meermaals schoten we de stenen potjes die op de telefoon,- en elektriciteitspalen stonden aan flarden. Ruiten moesten er ook soms aan geloven en men kon er zelfs iemand ernstig mee verwonden. Nu is het  verboden wapen om een schietlap “bij zich te hebben in het openbaar. “Marbellen” was een spel waarbij men de knikker van een ander moest kunnen raken om hem zo in uw bezit te krijgen. “Butsen” werd meestal gespeeld rond de “kerkhofhaag”. We maakten een mooi putje in de grond met onze hiel en we speelden met twee spelers. Er werd overeengekomen om een “potje van vier” te spelen, maar het kon ook meer of minder zijn naargelang we wonnen of verloren. De uitdager nam dan vier “marbels” in zijn hand en de aanvaarder deed er ook vier bij. De marbels werden in het putje “gebutst” en was het aantal marbels in de put een even getal waren alle acht de marbels voor de uitdager. Bij een oneven getal in de put waren de marbels voor diegene die het spel aanvaard had. Bij een hoge inzet kon het soms helpen om eventueel reeds een knikker in de hand te hebben bij het tellen. “Pekkellen” deden we met schakels uit een fiets of motorfietsketting, maar er bestonden ook “pekkels” die in de winkel te koop waren. Dit was een  behendigheidspel waarbij er een pekkel omhoog werd gegooid de andere een per een moest oprapen. Daarna twee oprapen enzovoort. Daarna werden de pekkels “gemaaid”, “gekapt”, dit waren allemaal varianten in het spel.

Gepost door MICHEL RUSSE in SPELLETJES, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print