25-09-12

HOMMELPLUK

 

 

eli.jpg

 

 

 

 

HOMMELPLUK

 

Velen onder ons hebben de hommelpluk met de hand helpen doen. Tot de automatisering begon rond de jaren zestig moesten we gaan “plokken bij de boer”. Meestal beperkte zich dat tot de voormiddag om daarna een beetje te spelen en dan nog verder te plukken tot de avond. De boer sloeg de ranken af met zijn lange “hommelperse”, een lange paal met een mes eraan en een haak om langs de bovenste draad tussen de “kepers”  te glijden. De boer bleef de ganse dag in het “hommelhof” om iedereen te voorzien van ranken en om er niet te veel af te doen op het einde van de dag. Gezeten op een stoel, meegebracht van thuis plukten de mensen de “hommelknoppen” van de ranken. Geen enkel blaadje of takje  mocht er tussen de knopjes meegeplukt worden. Dat werd ook door de boer in het oog gehouden en meermaals per dag kwam hij ook in de mand roeren om te zien of er “proper” geplukt werd. Rond de plaats waar men plukte keek hij ook of er niet teveel knopjes op de grond lagen en indien dat het geval was moest men zijn “nest opkuisen”. Als het middag was kwam hij rond met een melkbidon gevuld met soep en “patatten in de pele” die we opaten met onze boterhammen, meegebracht van thuis. Om vier uur kwam hij opnieuw rond met koffie om onze boterhammen op te eten. Van alle boeren waar wij geplukt hebben werden enkel bij Alphonse Taveirne de plukkers binnengeroepen om s”middags een warm maal te eten en ook enkel bij hem werd er na de pluk een “hommelpap” gehouden. We kregen dan chocolademelk met koekebrood en er was een accordeonist om ons van muziek te voorzien. Na een dag geplukt te hebben kwam de boer de zakken wegen en werd het gewicht per gezin of per plukker genoteerd. Dikwijls werd de rest van de soep of koffie tussen de hoppebellen gekieperd om toch een beetje gewicht te profiteren. Men werd betaald per kilogram geplukte hop en men werd uitbetaald na het verkopen van de hop. Bij sommige boeren moesten de mensen lang wachten op hun geld. Dat geld diende meestal om de kolen te kopen voor de winter. Nu is alles machinaal, de meeste hommelboeren zijn verdwenen en er word enkel nog met de hand geplukt als folklore. Ikzelf heb nog geplukt bij Jules Pattyn, Camiel Samyn, Jozef Dejonghe, Michel Van Engelandt  en Alphonse Taveirne.

Gepost door MICHEL RUSSE in HOMMELPLUK, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print