25-11-12

ALGEMENE INLEIDING

 

EEN REIS DOOR ONZE JEUGDJAREN IN WATOU

 

Toen ik enkele jaren geleden het boekje “De Wandeling” las, geschreven door Bertin Deneire uit Poperinge, wist ik dat dit het volgende was wat ik ging doen voor onze volgende bijeenkomst gepland voor 2010.

 

Het was een verhaal over zijn jeugd, prachtig beschreven in een wandeling door Poperinge, de buurt waar hij opgroeide, en vele herinneringen die mij hierbij hebben aangezet om dit ook te doen doorheen Watou.

 

Hij begon zijn boekje met een prachtige en gepaste tekst uit het liedje van Françoise Hardy, La maison où j’ai grandi, later vertaald door Sanne als” Het huis dat tussen rozen stond”.

 

Quand je me tourne vers mes souvenirs,

 

Je revois la maison où j’ai grandi.

 

Il me revient des tas de choses:

 

Je vois des roses dans un jardin.

 

Là où vivait des arbres,

 

Maintenant la ville est là,

 

Et la maison, les fleurs que j’aimais tant

 

N’existent plus…

 

http://www.youtube.com/watch?v=djRhLlcLdRY

 

 

Denk ook aan het lied van Louis Neefs “Mijn dorp in de Kempen” of aan “Het Dorp” van Wim Sonneveld, beide zeer mooie nummers over de plek waar ze geboren zijn. In ons geval is dit Watou, ons dorp die we nooit uit ons hart kunnen verbannen, want altijd keren we er terug of blijven we er “hangen”.

 

In het frans gezongen door Jean Ferrat.

 

http://www.youtube.com/watch?v=tkI5wGVjfX8&feature=fvst

 

Vertaald en gezongen door Wim Sonneveld.

 

http://www.youtube.com/watch?v=LIRmSnhnydo&feature=related

 

Het Watou van vijftig jaar geleden kun je moeilijk nog vergelijken met het Watou van heden. Als er vijftig jaar geleden een auto stond op de Grote Markt met Nederlandse nummerplaat was het alsof die van een andere planeet kwam, nu staan er iedere dag en er is niemand die er nog erg in vindt. Dit is ook te danken aan enkele personen die Watou wereldwijd kenbaar gemaakt hebben. Denk maar aan Bernard Deheegher met zijn Gregoriaans koor en driejaarlijks festival, uniek op de wereld. De poëziezomers van Gwij Mandelinck hebben eveneens Watou op de wereldkaart gezet en door hem hebben de Watouse brouwerijen eveneens meer kenbaarheid gekregen. Ook ons favoriete restaurant ’t Hommelhof is een zeer gekende zaak geworden, ook buiten de Watouse grenzen en tal van andere eet- en slaapgelegenheden zijn een aanwinst en noodzaak geworden voor ons dorp die anders door niemand gekend was.

 

Wat  hier aangehaald wordt zijn zaken die we gekend hebben, meegemaakt hebben,

het zijn geen historische feiten, noch geschiedenis over Watou, maar gebeurtenissen en belevenissen uit onze jeugd die ook ik reeds deels vergeten was en die bij het lezen van Bertin’s boekje grotendeels teruggekomen zijn en die nodig op papier gezet werden om onze kinderen en kleinkinderen later te plezieren en toe te laten een kijkje te nemen in wat en hoe wij onze jeugd beleefden van in de kleuterschool tot we de leeftijd hadden om te beginnen werken aan 16 jaar of verder te studeren.

 

 

 

Hierbij dank aan Bertin Deneire, mijn leraar engels in de avondschool, om mij via zijn boekje op weg te hebben gezet dit te realiseren voor de Vriendenkring Watou 1950.

 

Uit gans die mooie tijd komt nu en dan iets ter sprake en herinneren wij bepaalde dingen uit onze jeugd, over gewoonten en gebruiken van toen, maar we hebben er ook reeds vele vergeten. Daarvoor hebben we nu eens zoveel mogelijk op papier gezet en hopelijk komen er bij u leuke herinneringen boven bij het lezen van deze gezegden, gewoonten en gebruiken uit de tijd dat we…………

onze pet moesten afnemen bij het zien van de notabelen uit het dorp en hen moesten groeten, of ze zegden dit tegen onze ouders. Dan kregen we te horen dat “je net je klakke nie ofedoan voa den paster”

 

pastoor.PNG

 

 de straat moesten oversteken bij het zien van de pastoor en dan een kruisje kregen

 

kruisje.PNG

 

dat bij donderweer vader of moeder het huis besprenkelden met wijwater met een palmtakje “alles wat God bewaard is wel bewaard” terwijl wij zaten te bidden

 

 

donder.PNG

 

 dat er een kruis werd gemaakt op de rugzijde van een brood eer dat het aangesneden werd

dat we in de “rang” moesten gaan staan bij het naar huis gaan van de school en begeleid werden door de meester of juffrouw tot aan het einde der hoofdstraten

 

in de rij.PNG

 

dat we nog schreven met de griffel op een lei

lei en griffel.PNG

 dat thuis de WC deur van hout was met een hartje erin uitgezaagd

 

wc deur.PNG

 

dat onze vader het Parochieblad of de Poperingenaar in stukken scheurde om te gebruiken als WC papier, tevens konden we ook iets lezen terwijl we “bezig waren”

 

als het vroor we gingen slapen met een warme steen, gewikkeld in een handdoek om onze voeten warm te houden, later een rubberen zak gevuld met warm water

warmwaterkruik.PNG

 

dat we kauwden op een “zoetestok” tot die eruitzag als een schilderborstel

 

zoethout.PNG

 

dat we moesten helpen met vader om de “beerput uit te voeren” naar onze groententuin met de kar van Zephir Deberg

aalkar.PNG

 

 dat we s’morgens onze dakvenster niet openkregen als het gevroren had

 

dakvenster.PNG

 

 

dat we nog een stenen inktpot hadden en schreven met pen en penhouder

 

inktpot.PNG

 

pen.PNG

 

pelikan.PNG

 

 

 dat onze schrijfboeken “de zaaier, de maaier” een vermenigvuldigingstabel op de rugzijde had

 

dat we een houten “pennekas” hadden

 

pennedoos.PNG

 

dat ze nog rondkwamen met het gazetje van de “tour de France” voor de televisie zijn intrede deed

 

tour 2.PNG

tour1.PNG

 

tour.PNG

 

dat we dan in de spotprent om  ter vlugst zochten naar de verborgen muis

 

dat de herbergen versierd waren met een stuk tak van een boom of struik met lintjes erin gebonden om aan te kondigen dat er “herbergkermis en kandeel” was

 

dat de caféhouders ook een bord hingen aan de “piscine” bij de kerk om dit aan te kondigen

 

dat ook een bord hing op die plaats als er in bepaalde herberg een “geit, varken of konijnen te verbollen waren” en wanneer er “bekorting” was

 

dat er een “rode vlag” uithing bij de landelijke herbergen als de bus moest stoppen om iemand mee te nemen

 

Zodanig veel gebeurde en was er te doen in die tijd van onze jeugd dat we er goed aan doen dit nogmaals op te frissen en beseffen dat reeds veel vergeten waren. Beleef dit dus opnieuw, en vul desnoods aan met eigen opmerkingen en belevenissen die ook wij over het hoofd hebben gezien.

 

26-09-12

BAKKERS

 

 

 

 

BAKKERIJ.PNG

 

BAKKERS

 

Toen wij mochten boodschappen doen en naar de bakker gaan waren er op alle hoeken van het dorp bakkers die al dan niet broodrondes deden. Van deze die een broodronde hadden kregen we al eens iets in de hand toegestopt. Van de ene kregen we snoep en van de andere kregen we soms zelfs een eierkoekje, die we dan ook soms stiekem alleen opaten of die we in een goede bui deelden met broers of zusters. Met nieuwjaar kregen onze ouders dan dikwijls een brood voor hun nieuwjaar en was het aangeraden klant te zijn bij meerdere bakkers. De ene deed zijn ronde met de auto, de andere met triporteur zoals de vader van Jean-Pierre Vanhamme, gesteund door een hond die hielp trekken of zelfs per fiets met grote zakken eraan.

 

CAUWELIER ANDRE

DELBAERE ANDRE

DEMOL JOZEF

DOBBELAERE MAURICE

LEBBE AIME

VANHAMME ROGER

 

En zelfs vanuit Abele werd een ronde gedaan door Urbain Vaneste voor de bakkerij van zijn zuster waarvan de bakkerij nog altijd bestaat.

Gepost door MICHEL RUSSE in BAKKERS, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print

25-09-12

BAL DER VERENIGINGEN

 

 

BAL2.PNG

 

 

 

BAL DER VERENIGINGEN

 

Bijna iedere vereniging hield zijn jaarlijks feest. Dikwijls met een mis in de morgen, gevolgd door een receptie, daarna middagmaal, gezellig samenzijn, eventueel met de kinderen en s’ avonds “bal der vereniging”. Dit gebeurde meestal in het lokaal der vereniging en wie een lokaal had zonder feestzaal deed het bij een of ander feestzaalhouder. Zo hadden we het bal van:

 

Brandweer

Duivengilde

Muziekmaatschappij

Schuttersgilde

Toneel

 

Ook werd er een oudejaarsavond en Nieuwjaarsavondbal gehouden in onze gemeente.

BEENHOUWERS

 

 

BEENHOUWERIJ.PNG

 

 

 

BEENHOUWERS

 

 

Hetzelfde hadden we met de beenhouwers van het dorp, iedereen kocht in zijn buurt maar bezocht ook de andere beenhouwers regelmatig daar iedereen toen ook al zijn specialiteit had in een of andere vleessoort. De ene  was gekend voor zijn saucisson de andere voor zijn worsten, paté, krakeling, trippen, hoofdvlees, smout en andere. Wat wij wel wisten was waar we een schelletje kregen en hoe groot of dik ze waren. Dat bij de beenhouwerij met dat half deurtje (Erong vermeersch) de kom met krakeling binnen handbereik was. Dat bij die ene beenhouwer in de Steenvoordestraat (Cos Vermeersch) de kat soms in de etalage zat. Dat ze ook bij hem slachtten voor Robert Deheegher, vader van Bernard en dat ook Leopold Dekersgieter, vader van Lena  zelf slachtten. Dat ge bij Oscar en Yolande altijd moest wachten als ge om verse sausissen ging die ze dan klaarmaakten met zo een trechtertje waarop ze het vel stroopten.  Dat ge bij de ene beenhouwer gemakkelijker een beetje afval kreeg voor de hond of kat, en dat hun nieuwjaarsgeschenk een pot ossevet was voor de frietpot in een speciale verpakking met een rode ossekop erop. Wat wij meermaals deden was gaan zien als ze beesten, koeien of varkens gingen gaan wegen bij Maurice Vermeulen in Café De Ster in de Roesbruggestraat.  Hij had een bascule die uitgaf op de Kleine Markt en meermaals liep een of ander dier weg als wij een handje hielpen de houten schuttingen open te houden. Ik moest opletten niet gezien te worden want mijn grootouders woonden er vlak voor. Wie we ook regelmatig zagen voorbijrijden was Désiré Devos (Dies Vos) met een ronde lederen koker rond de hals om bij de beenhouwers te helpen slachten of om bij de boeren en burgers te slachten thuis of op het erf.

 

DEHEEGHER ROBERT

DEKERSGIETER LEOPOLD

VANDROEMME OSCAR

VERMEERSCH ALBERT

VERMEULEN HECTOR

Gepost door MICHEL RUSSE in BEENHOUWERS, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print