24-09-12

SMEDERIJEN

 

 

SMEDERIJ.PNG

 

 

SMEDERIJEN

 

Watou had ook verschillende smederijen. Een ervan was de “smisse van ’t  rattekot”, gelegen in het gelijknamig gehucht. Gaston Verhille was de eigenaar die samenwerkte met Noël Cauwelier. Na het overlijden van Gaston, voortgezet door Noël en zijn zoon Paul. Nu heet dit Made in Inox waar vooral stukken gemaakt worden in inox, maar de oude smidse bestaat nog. In de Poperingestraat nr. 8 was er ook een smidse waar nu Johan Decaesteker woont, deze werd uitgebaat door Prinzie. En de derde smidse bevond zich in de Stoppelweg en werd genoemd “de smisse van de Pauw”, weerom naar het gehucht De Pauw, nu bewoond door Frans Vandermeulen. De laatste twee zijn geen smidse meer.

Gepost door MICHEL RUSSE in SMEDERIJEN, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print

SEIZOENSWERKERS

 

 

SEIZOENARBEID.PNG

 

 

 

SEIZOENSWERKERS

 

Vele mensen gingen vroeger bijverdienen in de landbouw. Deze werkzaamheden waren dan ook seizoensgebonden. Zo gingen de mannen mee met de “kepermannen”, onder leiding van Lucien Huyghe. Dat was een ploeg mannen die de hommelhoven of hoppevelden onderhield of nieuwe velden aanlegde. Mannen gingen ook de “vlascampagne” doen in frankrijk en waren daarvoor soms weken weg van thuis. Voor de vrouwen was er de periode om “bieten te kappen”, onkruid uitkappen en geknield gingen ze ook “vlas wieden”. In die tijd werden ook de aardappelen gerooid met “de molen” en werden de aardappelen “geraapt” met de hand. De periode van de hommelpluk werd geplukt door ganse families, kinderen inbegrepen.  Velen gingen dan ook “zangen”. Dat was, mits toelating van de boer de achtergebleven aardappelen oprapen “patatten zangen” voor eigen gebruik. Met de tarwe werd dit ook gedaan “tarwe zangen” en die werd gebruikt als kippevoer.

 

SPECIALE WINKELS EN HANDELAARS

SPECIALE WINKELS EN HANDELAARS

 

Watou had een koffiebranderij in de Roesbruggestraat bij Godelieve Deheegher. Zij verkocht zelfgebrande koffie onder de naam:

KOFFIE SPECIAAL - KOFFIEBRANDERIJ G. DEHEEGHER

 

Het dorp had ook twee molens, Claeys en Pattou’s. Als er gemalen werd kon je de grote, zware dieselmotoren horen draaien tot in het dorp.

 

Eugenie Devos of “Eugenie d’hoedemakege” had haar huis op de Grote Markt naast Het Hommelhof. Als je er voorbijkwam en de deur stond open kon je de geur van “mottebollen” ruiken tot op straat. Ze was altijd gekleed in een lang zwart kleed.

 

Valerie Deheegher had haar tabakshandel in de Vijfhoekstraat. Al je om tabak ging haalde ze haar pakjes tabak uit een grote zware houten koffer.

 

Naast haar woonden Robert Denys en Paula Boerhaeve. Zij hadden een winkel in antiek. Mooie borden en vazen in porselein kon je er kopen en Robert was overal gekend om zijn kennis van antiek.

 

Kamiel Soenen was dan de matrassenmaker, gareelmaker, hersteller van lederwaren en herseller van beddebakken. Als het warm weder was kon je hem soms zien zitten terwijl hij wol aan het kammen was.

 

Jules Vandevoorde uit de Poperingestraat had dan een handel in zaden voor de groentenhof.

 

Bij Bollengier op de Grote Markt en bij Vandenbruaene in de Abelestraat kon je tabak laten kerven, verkopen aan hen en er ook tabak kopen.

Gepost door MICHEL RUSSE in WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print

SNOEP VOOR DE MISSIES

 

SNOEP.PNG

 

 

 

SNOEP VOOR DE MISSIES

 

Ieder jaar tijdens de Vasten kreeg ieder kind in de school een zakje, die bevestigd werd bij zijn kapstok in de gang van de school. Gedurende veertien dagen moest ieder kind zich ontzeggen van snoep en moesten we alle snoepgoed deponeren, elk kind in zijn eigen zakje. Dit was bedoeld om de kinderen in de missies ook iets te geven wat zij niet hadden. We deponeerden dat in de zakjes om er daarna bij een ander kind iets uit te halen.