25-09-12

POST EN POSTMEESTERS

 

 

POSTBODE1.PNG

 

POSTZEGEL.PNG

 

 

POST EN POSTMEESTERS

 

De post op de Kleine Markt hebben wij allemaal meermaals bezocht. Onze verste herinneringen gaan naar postmeester Vermaesen, zij hadden twee kinderen, Marie-Claire en Jean-Pierre. Na hen kwam Gerard Darathé, die een zoon had, Eddy. Darathé was een verwoed visser. Daarna hadden we Omer Cleenewerck als postmeester en die had twee dochters, Rita en Sabine. Toen die verhuisde naar Oostvleteren werd Watounaar Arthur Matton postmeester der gemeente. Namen van postbodes waren Albert Leys uit Watou, Louis Hauspie, Roger Blondeel, Gaston Stercks, Gerard Lacante en Gerard Beddeleem.

HEILIG HART PROCESSIE

 

 

 

PROCESSIE.PNG

 

 

PROCESSIE / HEILIG HART

 

 

Watou had een zeer mooie en grote processie die ieder jaar uitging in de maand augustus ter ere van het feest van het Heilig Hart. Verschillende groepen deden mee aan deze processie. Er waren “de Herdertjes”, “de hosanna groep”, “het kindje Jezus”, “de meisjes die bloemblaadjes uitstrooiden”, de pastoor onder zijn baldakijn, gedragen door enkele heren uit het dorp. De pastoor was dan ook uitgedost met zijn speciale kazuifel en hij droeg een monstrans met de relikwie van het H. Hart met zich mee. De groep met de fakkels, een zanggroep en een groep met de notabelen uit het dorp en nog vele andere maakten van dit gebeuren een waar feest. Deze processie doorkruiste dan ook gans het dorp en er werd in ieder huis een H. Hart beeld voor het venster gezet omringd met kandelaars met brandende kaarsen. Allen die buiten de bebouwde kom van het dorp woonden kwamen naar “de  platse” om de processie bij te wonen. Ook werd er op verschillende plaatsen een altaar opgebouwd. Een aan de splitsing van de Houtkerkestraat met de Roesbruggestraat, een aan het H Hartbeeld op de Grote Markt en een bij de poort van het Kasteel in de Kasteelstraat. Bij de altaren werd telkenmale het H. Hart aanbeden.

 

RIJKSWACHT EN VELDWACHTER

 

 

watoudouv13.jpg

 

 

RIJKSWACHT EN VELDWACHTER

 

MAURITS Metsu was onze veldwachter. Een stevig man, altijd flink in de pas lopend deed hij zijn dienst te voet en de verre verplaatsingen per fiets. Altijd een aktetas onder de arm. Zijn kantoor was in het gemeentehuis  , ondergebracht in de oude jongensschool in de Poperingestraat. Even verderop was de Rijkswachtkazerne. Er was een chef en er waren rijkswachters. Wij herinneren ons de namen van Vanmassenhove, Samijn, vader van Rik, Boudry, Verbrigge, Verhelst, Duquesne, Keygnaert en Pinceel. Ook zij deden dienst per fiets, later kregen zij een jeep en daarna kwam de combi. Rijkswacht verdween later naar Poperinge.

ROUW EN STERFGEVALLEN

 

 

BEGRAFENIS.PNG

 

 

ROUW EN STERFGEVALLEN

 

Als er iemand ernstig ziek was en op sterven lag ging de priester hem of haar “berechten”. dat was het toedienen van de sacramenten de stervenden. De priester , vergezeld van een misdienaar die een kruis droeg en een bel meehad om aan te kondigen dat  men op weg was met het H. Oliesel. Als die persoon overleden was werd hij soms thuis opgebaard en dan hing men een kruis aan de gevel en een lantaarn om te laten weten dat er een sterfgeval was in dat gezin. Bij gebrek aan plaats in huis werd de overledene opgeborgen in het “doodkotje”. dit was een gebouwtje aan de ingang van het Rusthuis in de Poperingestraat. Bij mensendie “te lande” woonden plaaatste men een strooien kruis aan de toegangsweg naar dat huis. Doodskisten werden gemaakt door de plaatselijke schrijnwerkers en die beschikten ook over personen die “dragers” werden genoemd. Zij droegen de overledene dan naar de kerk op de dag van de begrafenis. Thuis werd na de begrafenis enkele weken gee muziek gedraaid en droegen de mensen een zwart lintje op hun jas of een zwarte knoop op kraag van hun jas.bij gewone mensen bestond de rouwmaaltijd uit soep met pistolets en bij de beter gestelde klasse was dat soepvlees (boulie) met patatten en groenten en de “superrijken” aten rosbief.