25-09-12

PETROLEUMVENTER

 

PETROLEUM.PNG

 

 

 

PETROLEUMVENTER

 

Maandelijks kwam ook de “petrolevent” rond in het dorp. Dat was iemand uit de Casselstraat in Poperinge. Hij had daar zijn “naftepompe” en brandstoffenhandel. Altijd droeg hij een groene overall en had hij zijn kepie op met de letters B.P. (British Petrol). De mensen kochten bij hem petroleum per liter. Hij pompte die uit groene 200 liter vaten met een handpomp. Vele mensen hadden in die tijd een “petrolevuurtje” om kleine ruimten te verwarmen of om bij koude avonden een beetje te verwarmen. Velen mensen hadden ook  altijd petroleum in huis om hun schilderborstels te kuisen.

PLANTEN EN ZAAIEN

 

PLANTEN EN ZAAIEN.PNG

 

 

PLANTEN EN ZAAIEN

 

Voor men begon te planten of te zaaien werden de velden geploegd. Voor de komst van de tractoren werd alles gedaan met paard en ploeg, getold en  daarna geëgd. Dan kon men zaaien of planten. Vele boeren hadden dan ook vast personeel om al deze werken uit te voeren. Iemand die met de paarden werkte werd dan ook “karton” genoemd. Met de opkomst van alle modern materiaal zijn al deze jobs verloren gegaan.

 

PIKDORSEN

 

 

PIKDORSER.PNG

BATTEUSE.PNG

 

PIKDORSEN

 

André Verhaeghe was eigenaar van veel dorsmateriaal. Ieder jaar ging hij rond met de batteuse. Dit was ook een beroep die maar enkele weken duurde per jaar en daarom moest hij ieder jaar voor de oogst zijn materiaal in orde zetten. Zo gingen zij rond bij de boeren om te “pikdorsen” of te “pekdeschen”. Na de oogst werd alle materiaal gekuist en werd het opgeborgen voor het volgens seizoen. Hierbij werd hij geholpen door mannen die de dorscampagne deden. Nu word enkel het materiaal nog uitgehaald om bij folklore en hoeve feesten te tonen hoe het er vroeger aan toe ging. Het materiaal is nu eigendom van zijn zoon Paul. Bij warm weer kregen de mannen bier van de boer. Meestal waren dat grote flessen tafelbier met weinig alcohol en vandaar de naam “batteusebier”.

 

Gepost door MICHEL RUSSE in PIKDORSEN, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print

PLECHTIGE COMMUNIE

 

 

 

PLECHTIGE COMMUNIE.PNG

PLK1.PNG

 

PLK3.PNG

 

PLECHTIGE COMMUNIE

 

Toen we onze plechtige communie deden werden we “in het nieuw gestoken”. Voor de jongens was dit het goedkoopste want we moesten maar een kostuum hebben. De strik die we aan de schouder hadden was dikwijls een eigen, maar het grotendeel leende die van iemand anders of van familie. De meisjes moesten een wit kleed hebben voor de plechtigheid en een kleed voor de dagen erna. We werden eerst “gevormd” door de Bisschop. Na de mis en de daaropvolgende dagen moesten we ons “gaan tonen”. Naargelang  de grootte der familie kon dit enkele dagen duren. We werden dan ook overal naartoe gebracht die ons “gevraagd” had om je te gaan tonen. De ouders werden iets aangeboden en de communiekant kreeg een geschenk. Dit kon een stylo en vulpen zijn voor de jongens, een “naaitrouse” of spiegel, kam en haarborstel voor de meisjes in de beste “plekken”, of gewoon geld die vader en moeder dan bijhielden. Van dooppeter of doopmeter kreeg je dan soms je missaal, een kerkboek met afbeeldingen erin en op de zijkant mooie gouden boordjes. Ook kreeg je meestal dan een ring met de eerste letter van je voornaam erin. En dan werd natuurlijk je “plechtige communiezantje” aan de milde schenker gegeven. Dan moest ge ook nog eens naar de fotograaf om je te laten vereeuwigen in je “plechtige communieklederen”.