04-01-13

VUILKAR

 

 

VUIL.PNG

VUILZAK.PNG

VUIKAR.PNG

 

 

VUILKAR

 

Al onze afval mochten we vroeger in de “vuilbak” smijten, ongeacht de oorsprong, plastiek of blik alles mocht erin. De ophaling gebeurde met paard en kar. Marcel Cappoen deed dat tezamen met een “parochiewerker”. Meestal was dat met Urbain Bezem. Later was dat André Camerlinck en de eerste ophaling met de vrachtwagen gebeurde door Michel Doolaeghe. Zijn trouwe helpers waren Urbain Besem en Andre Debruyne. Van sorteren was toen nog geen sprake en alle opgehaalde huisvuil verdween in putten. Zo werd de wal rond Het Blauwhuis gevuld, daarna was het stort achter de oude Staatsschool en nog enkele andere putten werden zo gevuld. Met de komst van de vrachtwagen ging het huisvuil naar Schabalie’sbriekenput in Poperinge. Nu moet alles gesorteerd zijn en worden aparte ophalingen gedaan voor huisvuil, papier en grof huisvuil. We kunnen ook terecht in het containerpark met groenafval en alle andere soorten zoals steenslag, elektrische apparaten en alles wat we maar kwijt willen. Voor klederen en glas hebben we verschillende containers verspreid over het dorp.

Gepost door MICHEL RUSSE in VUILKAR, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print

VOLKSTUINTJES

 

PLOEGEN.PNG

 

STRONTKAR.PNG

 

TUINTJE.PNG

 

 

VOLKSTUINTJES

 

Iedereen die voor, naast of achter zijn huis geen tuin had huurde ergens een stukje grond om te “beboeren”. Zo waren er op verschillende plaatsen in het dorp eigenaars die een stuk grond verdeelden in kleine perceeltjes en die verhuurden aan dorpelingen om er groenten op te kweken. Zo waren er een groot deel in de Winnezelestraat waar nu De Bollaard, vroegere Staatsschool staat. Eenmaal per jaar werden die tuintjes omgespit of door een boer “omgereden”, meestal deed Henri D’Heere deze klus als bijverdienste. Vooraf werd dikwijls eerst de “beerput uitgevoerd”. Dit deden ze met een kuip met hengels die werd gedregen met twee houten stokken. Toch gebeurde het soms dat een der stokken brak tijdens het naar buiten dragen met alle gevolgen van dien. Op de kuip werd een jutezak aangespannen met een ijzeren hoepel om niet teveel te verliezen onderweg en om bij grote schokken op de slechte wegen in die tijd geen spatten in het gezicht te krijgen. De kuip werd vervolgens met een kar met hefboom naar het tuintje gebracht. Eenmaal ter plaatse werd het goedje met een grote pollepel rondgestrooid op het land. Eenmaal het vocht in de grond getrokken was kon men het krantenpapier op het land zien liggen, want bijna niemand had toen reeds toiletpapier. Iedere week werden “de Poperingnaar” en het “Parochieblad” in stukken gescheurd en in het “vertrek” opgehangen om er ons … mee te vegen. Dan kon men nog op zijn gemak zijn gemak doen en een stukje lezen uit de krant. Daarna werd er geplant en gezaaid en de vruchten waren beter dan ze nu zijn

Gepost door MICHEL RUSSE in VOLKSTUINTJES, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print

VELOMAKERS

 

 

VELOMAKER.PNG

 

 

VELOMAKERS

 

BESEM URBAIN

BUSSON MICHEL

DEBRUYNE JEROME

SYSSAU GEORGES

 

Urbain Besem “Urbain Bismer” begon zijn fietsenhandel in de Poperingestraat waar later “De Duvel” was. Hij was de schoonbroer van Meester Soubry. Later verhuisde hij naar de Oude Provenstraat “de Mullestraat” en combineerde zijn fietsenwerk met parochiewerk en de vuilkar. Michel Busson had zijn fietsenzaak in de Steenvoordestraat bij zijn winkel van kachels en ijzerwaren alwaar ook zijn vrouw een kleine voedingszaak had. Jerome Debruyne “nonkel Brune” had zijn zaak op de Kleine Markt en deed ook allerhande zink en loodwerken. Een soort “potje dek”, iemand die alles kon. Georges Syssau verkocht en herstelde ook zijn fietsen in de Steenvoordestraat. Bij hem kon je het gemakkelijkst aan “pekkels”, schakels van fiets of brommerkettingen.

Gepost door MICHEL RUSSE in VELOMAKERS, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print

29-12-12

BRANDWEER

 

 

 

BRANDWEER WATOU.PNG

 

 

 

 

BRANDWEER

 

Watou heeft zijn eigen brandweerkorps zelfs nog na de fusies kunnen behouden. In onze jeugdjaren was de kazerne “het speutekot” gevestigd in een gebouw op de Kleine Markt. Felix Vandenbussche was commandant, later opgevolgd door zijn zoon Michel en nu door zijn kleinzoon Jan. Er kon welgeteld een brandweerwagen in, er was een droogtoren voor brandslangen en erbovenop stond de sirene. Het was een oude brandweerwagen die meermaals moest “in gang gestoken “ worden als er ergens brand was. Later is er nieuw materiaal bijgekomen en moest er begin jaren zeventig een nieuw arsenaal gebouwd worden om alles te kunnen herbergen. Nu bezitten ze een viertal voertuigen en degelijk materiaal. Toch is Watou maar een voorpost meer van Poperinge. Nu wordt er reeds gesproken van brandweerzones die bij ieder oproep binnen de twaalf tot vijftien minuten moeten kunnen bereikbaar zijn vanuit de kazerne van Poperinge, wat eens het einde van het korps uit Watou zou kunnen betekenen.

Gepost door MICHEL RUSSE in BRANDWEER, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print