04-01-13

VOLKSTUINTJES

 

PLOEGEN.PNG

 

STRONTKAR.PNG

 

TUINTJE.PNG

 

 

VOLKSTUINTJES

 

Iedereen die voor, naast of achter zijn huis geen tuin had huurde ergens een stukje grond om te “beboeren”. Zo waren er op verschillende plaatsen in het dorp eigenaars die een stuk grond verdeelden in kleine perceeltjes en die verhuurden aan dorpelingen om er groenten op te kweken. Zo waren er een groot deel in de Winnezelestraat waar nu De Bollaard, vroegere Staatsschool staat. Eenmaal per jaar werden die tuintjes omgespit of door een boer “omgereden”, meestal deed Henri D’Heere deze klus als bijverdienste. Vooraf werd dikwijls eerst de “beerput uitgevoerd”. Dit deden ze met een kuip met hengels die werd gedregen met twee houten stokken. Toch gebeurde het soms dat een der stokken brak tijdens het naar buiten dragen met alle gevolgen van dien. Op de kuip werd een jutezak aangespannen met een ijzeren hoepel om niet teveel te verliezen onderweg en om bij grote schokken op de slechte wegen in die tijd geen spatten in het gezicht te krijgen. De kuip werd vervolgens met een kar met hefboom naar het tuintje gebracht. Eenmaal ter plaatse werd het goedje met een grote pollepel rondgestrooid op het land. Eenmaal het vocht in de grond getrokken was kon men het krantenpapier op het land zien liggen, want bijna niemand had toen reeds toiletpapier. Iedere week werden “de Poperingnaar” en het “Parochieblad” in stukken gescheurd en in het “vertrek” opgehangen om er ons … mee te vegen. Dan kon men nog op zijn gemak zijn gemak doen en een stukje lezen uit de krant. Daarna werd er geplant en gezaaid en de vruchten waren beter dan ze nu zijn

Gepost door MICHEL RUSSE in VOLKSTUINTJES, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.