24-09-12

TIMMERMANNEN - VELOMAKERS

 

 

 

SCHRIJNWERKER.PNG

 

TIMMERMANNEN

 

DOBBELAERE ANDRE

GHESQUIERE GERARD

MAERTEN ARTHUR

PATTYN JEROME

RUCKEBUSCH ALIDOOR EN ZONEN

 

Watou had verschillende timmermannen. André Dobbelaere in de Roesbruggestraat was een zeer goed meubelmaker. Je kon zijn grote zaagmachine zien staan als de poort open was om bomen te verzagen in planken. De boom werd voortgeschoven op een wagon die op rails liep en ondertussen werd de boom in planken verzaagd. Gerard Ghesquière uit de Steenvoordestraat had een meubelwinkel en was eveneens timmerman en kistenmaker. Als hij op stap was om te werken verplaatste hij zich met zijn groen “steekkarretje” met zijn gereedschap in een zelfgemaakte gereedschapskoffer met een “lattestoorlint” eraan om over zijn schouder te dragen. Hij ging ook rond om “ruiten te steken” en om mensen die overleden waren te “gaan schrijnen”. Arthur Maerten, had zijn werkplaats op de Kleine Markt. Hij deed ook timmer en schrijnwerk. Gans de familie Maerten uit de omliggende gemeenten was gekend omdat ze bijna allemaal houtbewerkers waren. Pattyn Jerome uit de Winnezelestraat deed hetzelfde  beroep en was tevens caféhouder in Het Boldershof. Zijn dochter Maria is gehuwd met Albert, zoon van Arthur Maerten. Alidoor Ruckebusch eveneens uit de Roesbruggestraat werkte samen met zijn zonen Gerard en Adhemar. Later namen zij de zaak over. Je kon hun zaag en schaafmachines horen draaien tot op de Kleine Markt als ze aan het werken waren. Niemand ergerde zich aan het lawaai, wat nu zeker het geval niet meer zou zijn. Als ge geluk had kon je bij de een of de andere timmerman soms afval krijgen om vogelkooitjes te maken.

 

                                                                                                       

 

Gepost door MICHEL RUSSE in TIMMERMANNEN, WEKELIJKS NIEUWS 1950 | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.